Genealogie

Werkgroep genealogie

De werkgroep onderzoekt diverse families in ons werkgebied.
Van onder andere de volgende families is al een uitgebreide stamboom aanwezig: Den Hollander, Verheij, Van Oord, Holster, Van der Schui(j)t, Verschoor, De Graaf(f), Van Helden-Verschoor, Kilwinger, Slagmolen, De Geus, Kieboom, De Kei(j)zer, Vos, Van den Heuvel, Van Breugel, Van Veen, Cornet, Van der Meijden, Dolislager, Blanken, Smokers, Van Heukelom, Dalm en Bax.

Op de laatste maandagavond van de maand (met uitzondering van feestdagen) houden wij van 20.00 uur tot 22.00 uur in het Andries Visserhuis onze maandelijkse inloopavond waarop u welkom bent voor eventuele vragen op genealogisch gebied. Graag helpen we u verder.

Ook is er dan de gelegenheid om onder begeleiding genealogisch materiaal in te zien. De vereniging beschikt over tal van familieberichten die geordend zijn op familienaam.

Mocht u geen gelegenheid hebben ons te bezoeken dan kunt u via het contactformulier een vraag aan ons stellen.

De Collectie Couvée

Wie in de huidige gemeente Werkendam naar zijn voorouders speurt, komt al spoedig in aanraking met de z.g. “Collectie Couvée”: een vijftal manuscripten met daarin de genealogieën van families uit Werkendam en De Werken, gebaseerd op doop- trouw- en begraafboeken uit de periode vóór de invoering van de burgerlijke stand.
Wie was die Couvée en waarom zijn z’n geschriften zo belangrijk ?

Carel (Matthieu Gerard Philip) Couvée, werd geboren in Woerden op 22 Juli 1872. Hij was een telg uit een geslacht dat behoort tot het Nederland’s Patriciaat: families die generaties lang een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse samenleving aangaande het bestuur, de wetenschap, economie, krijgsmacht, etc.
De genealogieën van deze families zijn opgenomen in het z.g. blauwe boekje.
Carel heeft daaraan zijn steentje bijgedragen middels zijn carrière in de krijgsmacht: bij pensionering was hij generaal-majoor tit. der Artillerie. Zij vader was ook beroepsofficier in de rang van majoor der infanterie (ref: “Nederland’s Patriciaat”, 31ste jaargang 1945).

Carel trouwde in 1900 te De Werken met de zes jaar jongere Hendrika Wilhelmina Simonetta Sigmond. Uit dat huwelijk werd o.a. Gijsbert Michiel Couvée geboren, die later het manuscript zou schrijven over de familie van zijn moeder: “De familie Sigmond in Werkendam“. Dit manuscript is in januari 2006 in boekvorm door onze vereniging uitgegeven zie: Publicaties.

Terug naar de Collectie Couvée: In zijn vrije tijd moet Carel in de beschikbare DTB-registers zijn gedoken, want hij heeft de daarin gevonden namen geïndexeerd en tot genealogieën uitgewerkt. Het originele manuscript hiervan ligt in het Rijksarchief in Den Bosch en omvat de vijf dikke delen met genealogische aantekeningen omtrent de geslachten uit Werkendam en De Werken die daar globaal genomen tussen de jaren 1630 en 1830 gevestigd waren. Daarnaast bevat het ook een schat aan gegevens over de geschiedenis van die tijd. De genealogieën zijn niet uitgewerkt tot op onze tijd, doch als uitgangspunt voor verder onderzoek is het door Carel Couvée verzamelde materiaal uniek. Op genealogisch terrein zullen er weinig plaatsen in ons vaderland te vinden zijn, die op dit punt met Werkendam kunnen wedijveren.
In de bijlage vindt u een opsomming van de namen van de door Carel Couvée bewerkte genealogieën. Het jaartal achter de namen geeft de oudste vermelding.
In deze kopie van één bladzijde van het manuscript kunt u zien hoe duidelijk één en ander te lezen is!
In het Andries Visserhuis is een kopie aanwezig van de Collectie Couvée. Dus u hoeft niet persé af te reizen naar het Rijksarchief in Den Bosch of naar het Streekarchief in Heusden om de genealogische aantekeningen in te zien.

De oudste vermelding – al vanaf 1492 – die voorkomt in het manuscript, is het geslacht Van den Heuvel.

Genealogie familie Visser

Zinkbaas Gerrit Visser en mode-ontwerper Mart Visser zijn twee beroemde nazaten van de Werkendamse visser Wouter, die leefde rond 1540. Wouter kreeg twee zonen, Thonis en Peeter. En na hen volgden nog ontelbare zonen en dochters met de achternaam Visser.

Het staat allemaal opgetekend in het recent verschenen boek ‘Vissers waren het, maar zijn het niet gebleven’ van Adrianus Visser uit Heerhugowaard. Uit vele archieven diepte hij de namen op van zijn voorvaderen en tekende die op in het boek. Vooral de voornamen Gerrit en Arnoldus (afgekort tot Nol) komen veelvuldig voor. De wortels van de familie liggen in Werkendam, naast familienamen is er daarom veel aandacht voor de Werkendamse historie. Tevens kozen nogal wat afstammelingen van visser Wouter hetvak van rijswerker, dat zijn oorsprong vond in de Biesbosch. Één van hen is de legendarische zinkbaas Gerrit Visser (1886-1963). In het ‘Nieuwland erfgoedcentrum’ in Lelystad wordt over hem verteld bij de aanleg van de afsluitdijk. Hij krijgt er de geuzennaam ‘Koning der zinkbazen’, tevens is er standbeeld naar zijn beeltenis gemaakt. Maar ook bij de Watersnoodramp in 1953 speelde Gerrit Visser nog een grote rol bij het dichten van de afsluitingen van o.a. Schouwen-Duiveland, Hij krijgt dan een gedenkpenning uitgereikt van de minister van Verkeer en Waterstaat. De schrijver A. den Doolaard heeft in het boek ‘Het verjaagde water’ over de droogmaking van Walcheren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de romanfiguur Klaas Otterkop gemodelleerd naar Gerrit Visser en zijn twee broers Nol en Kees. Nol Visser was overigens nog de naamgever van het nieuwe Kozakken Boys sportpark ‘de Zwaaier’ aan de Lange Wiep.

Op de zinkbazen en rijswerkers in de familie Visser vormt mode-ontwerper Mart Visser een uitzondering, hij werd geboren in Sleeuwijk. De schrijver Adrianus Visser (geboren 1933 in De Werken) koos overigens ook een ander beroep en werd ambtenaar. Naast de zeer uitgebreide genealogische informatie staat het boek ook vol informatie over de levensloop van al die ‘Vissers’. Zo vertelt de schrijver ook over de ‘Vissers’die aan het begin van de 20e eeuw de wijde wereld in trokken. Één van hen trok naar Argentinië, maar daar loopt zijn spoor dood.
Het boek ‘Vissers waren het, maar zijn het niet gebleven’ kost 35 euro en is te koop bij de erkende boekhandel (ISBN 978 90 6455 556 5).

De verplichte achternaam

Zijn er in 1811, ten tijde van de Franse overheersing, toen in Nederland het dragen van een achternaam verplicht werd, echt zoveel rare namen gekozen als vaak wordt beweerd?

Dat valt eigenlijk reuze mee. De meeste mensen hadden in 1811 al lang en breed een achternaam of toenaam. Maar een paar rare namen werden er wel gekozen. De mensen die dat deden, namen het kiezen van een achternaam niet zo serieus, omdat ze dachten dat het dragen van achternamen wel weer afgeschaft zou worden als de Franse overheersing voorbij zou zijn. En er waren er ook die met het kiezen van een rare achternaam wilden protesteren tegen de aanwezigheid van de Fransen in Nederland en tegen de door de Fransen opgelegde invoering van de burgerlijke stand.

In de Friese Koerier van 26 maart 1954 wordt geschetst hoe tussen 4 en 20 december 1811 de vastlegging van achternamen verliep in de Friese plaats Oldeboorn: “De vierde December 1811 verzamelden zich de eerste Oldeboornsters in het huis van de Maire om zich een familienaam te kiezen. Telkens steeg een daverend gelach uit de wachtenden op, als iemand het weer eens heel bont maakte door een belachelijke achternaam te kiezen. Siemen Boterkop, Kees Platvoet, Sake Grasveter, Auke Armoedzaaier, Karst Schijthuis, niets was te gek. Gelukkig voor deze grapjassen dat Maire Luxwolda weigerde dergelijke namen in te schrijven.”

Bron: Genootschap Onze Taal (Wim Daniëls)

Reacties

Reacties

Reacties zijn afgesloten.

De FruithalDe Waal BVAKROKieboom WerkendamSlagerij v/d HeuvelCornet GroepRCDEurosaladClean BVTechmationHB AutotechniekPartyService v/d HeuvelAltena MediaVerisolHoogendoorn