Vroegste geschiedenis van Werkendam

Ondanks dat door de moderne techniek steeds meer archieven toegankelijk worden, zijn we het er met zijn allen nog steeds niet over eens wanneer Werkendam gesticht is. Globaal zijn daar twee verschillende opvattingen over.

De eerste gaat uit van een stichtingsdatum voor 2 mei 1064. Op die datum bevestigde Koning Hendrik IV de kerk van Utrecht in het bezit van haar goederen die haar door de Hollandse graaf Dirk III en zijn zonen ontnomen waren, waaronder quod est iuxta Wirkenemunde [i]. De naam is te verklaren als een versterkte verhoging (monde-, of munde-) in het landschap langs De Werken, wat weer zou betekenen dat Wirkenemunde veel ouder moet zijn dan 1064 omdat het riviertje De Werken al rond 800 na Christus vervallen is tot een dode tak van de Maas. De originele akte van 1064 is verloren gegaan, er rest alleen nog een afschrift van latere datum. Volgens de geleerden zou dit afschrift een begin 12de eeuwse falsificatie zijn maar sinds enige tijd is men meer geneigd om het toch als “echt” te beschouwen. In theorie staat dan nog niet vast dat Wirkenemunde op de zelfde plaats lag als het hedendaagse Werkendam, maar het zou ook zo maar kunnen kloppen. De tweede opvatting is dat bij de aanleg van de ringdijk rond de Groote Waard omstreeks 1230 een dam wordt geplaatst in de monding van voornoemd riviertje (de Werkendam). De afsluiting van De Werken vormt een onderdeel van het gigantisch bedijkingsproject, hoofdzakelijk geïnitieerd door de graven van Holland. Door plaatsing van een dam in De Werken is de aaneenschakeling van de Dordtse Waard en de Woudrichemmerwaard gerealiseerd. Zeker is dat de Hoogstraat, als dijk, onderdeel uitmaakte van de ringdijk rond de Groote Waard. Of het nu 800 of 1000 jaar geleden is, maakt voor de gemiddelde inwoner helemaal niets uit. Eén ding is zeker. De eerbiedwaardige leeftijd is het dorp en met name de Hoogstraat niet aan te zien.

De oudste vermelding van Werkendam, door mij gevonden, is uit 1290. Willem II van Horne, Heer van Altena, bepaalde toen dat de bewoners van een aantal dorpen uit Altena niet hoeven te helpen bij het maken van de Merwededijk in Altena en van de dijk tussen Werkendam en Veenregrave.[ii]

Willem ver Mergrietensoene kreeg al in 1283 van zijn vader Willem, Heer van Brederode, een leenbezit te Houweningen en Barendrecht; op 17 september 1317 beleent Didderic, Heer van Brederode zijn broer Willem ver Mergrietensoene met alle tienden die hij (Didderic) heeft in het ambacht, alsmede met een deel in Werkendam te versterven op Willems oudste wettige zoon of bij ontstentenis van het mannelijk geslacht op zijn oudste wettige dochter, dan wel hun nakomelingen[iii]. Gebeurtenissen waardoor we weten dat Werkendam bestaat, maar meer ook niet. Een klein inkijkje in het dorp kunnen we nemen in 1353. Zoals in veel gevallen moeten we ook dit zoeken in papieren die betrekking hebben op de afwikkeling van erfenissen. Het betreft de nalatenschap van de ambachtsheer van Werkendam, Ridder Herbaren van Riede. Herbaren (ovl. 1353) had hier zijn burcht staan en, hoewel zijn naam niet in de Nederlandse geschiedenisboeken voorkomt, was hij, als Baljuw van Zuid Holland, wel degelijk een man van invloed en macht in zijn tijd. Hij was ook Heer van Pendrecht en het is niet ondenkbaar dat hij afwisselend in Pendrecht en Werkendam de burchten bewoonde.

Het dorp was klein, maar toch had het de belangrijkste voorzieningen. Aan de oostelijke grens stond de kerk met aan de oostzijde daarvan een lange weg, omgeven met bomen, recht naar het zuiden, genaamd de Wierinxcwal. Deze weg vormde de grens met De Werken en ging verloren met de St. Elisabethsvloed, waarna daar het Kerkewiel ontstond. Aan de westkant van het dorp stond de molen. Ook die was het eigendom van Ridder Herbaren en werd expliciet genoemd in zijn testament[iv]. Omdat we weten dat de molen eeuwenlang op de zelfde plaats heeft gestaan, is de toenmalige begrenzing van het dorp ook makkelijk te herleiden, waarbij we er voor het gemak even van uitgaan dat het ook zo voor de St. Elisabethsvloed het geval was.

Rampen en geldgebrek

De St. Elisabethsvloed in 1421 en de daaropvolgende dijkdoorbraak in 1422 veranderden de situatie van Werkendam volledig. Niet alleen werd het dorp afgesneden van zijn hoofdstad Dordrecht, maar ook alle landerijen van het dorp werden overspoeld, waarbij alleen het stukje dijk, waar de huizen rond gesitueerd waren tussen de molen en de kerk, gespaard bleef. Joost Potter uit Hardinxveld vertelde in 1521, hij was toen 83 jaar, dat hij in zijn jeugd vaak ging logeren bij zijn grootouders en zijn ooms en tantes in Werkendam en dat achter de huizen langs de dijk maar een strook grond bewaard was gebleven van nauwelijks 20 tot 30 meter. Daarna kwam de watervlakte die vaak veranderde in een wilde zee[v]. De bewoners van toen waren niet erg te benijden. De wuivende korenvelden, waardoor de streek zo beroemd was geworden, waren veranderd in grauw water en zo zonder enige inkomsten zal de bevolking wel tot grote armoede zijn vervallen. Toch zie je naar gelang de eeuwen verstrijken en de gronden rond het dorp weer aanslibben, de bevolking weer groeien. Langs de dijk komen nieuwe huizen voor de langzaam groeiende bevolking en van mensen van buitenaf.

Aanvallende of rondzwervende legers van de Geldersen, Spanjaarden, Fransen, Kozakken, Engelsen en Duitsers, om er maar eens een paar te noemen, trokken door de eeuwen plunderend en brandstichtend over ’s-Heerendijk, zoals de Hoogstraat op zijn deftigst genoemd werd. Na hun aftocht was een aantal huizen doorgaans wel aan vervanging toe. Dorpsbranden en overstromingen hebben ook hun tol geëist. Zeker de eerste honderden jaren zullen de huizen over het algemeen van hout geweest zijn, tot ver in de achttiende eeuw stonden er zelf nog rieten huizen aan de Hoogstraat. Met de komst van soldaten, die hier gelegerd lagen tijdens de Tachtigjarige oorlog, zou je verwachten dat er weer wat handel kwam, de herbergen deden in ieder geval goede zaken. Soldaten die uitgediend zijn, bleven nogal eens hangen in de armen van een Werkendamse deern. Ook voor hen waren woningen nodig en Werkendam breidde voorzichtig uit langs de Ka en over de haven.[vi] Veel ruimte was er niet. Aan de noordzijde van de straat werden woningen achter elkaar gebouwd en ontstonden steeds meer steegjes die naar de haven lopen. Steegjes die officieel van de huiseigenaren waren van de huizen aan de zuidzijde van de straat. Het was hun weg naar de haven om water te halen of bij de aanlegplaats van hun schip te komen. Maar het was geen vetpot en, afgaande op de smeekbede om uitstel en afstel van het betalen van de jaarlijkse belasting, lijkt schraalhans Werkendam als vaste woonplaats te hebben gekozen. Terwijl heel Holland zuchtte onder de gevolgen van de Tachtig jarige oorlog, werd Werkendam, en daarmee de Hoogstraat, nog extra getroffen door een aantal rampen van omvang. In 1611 werd het dorp getroffen door een grote dorpsbrand. Mede hierdoor liepen de protesten tegen de belasting zo hoog op dat de hoge heren uit Den Haag besloten om Mr. Daniel van Vyanen opdracht te geven een kaart te maken van Werkendam met daarop alle landen, gorzen, kooien en watertjes en wat dies meer zij, om een idee te krijgen van alle protesten tegen de belasting.[vii] Op 13 maart 1619 brak weer een brand uit die grote schade aanrichtte in het dorp. De Staten van Holland lieten zich vermurwen en besloten een subsidie ter beschikking te stellen om uit te delen onder de allerarmsten. Op 4 september 1619 werd besloten Barend Jansz, de bode van Werkendam en pachter van wijnen, fl. 184,00 kwijt te schelden die hij nog schuldig was vanwege de brand die hem en de burgers van Werkendam “’t haerder ruïne is overkomen” [viii]. De verf op de nieuwe panden was nog maar amper droog als de Hoogstraat totaal overlopen wordt door soldaten tijdens het beleg van Breda in 1625. De schade was opnieuw weer zo groot dat de Staten van Holland al vanuit zichzelf beslisten dat Werkendam over 1626 geen belasting behoefde te betalen. Het werd daarna rustiger in het dorpje en toen in 1632 de huizen geteld werden, kwam men tot 132.

Zaterdag 20 juli 1641.

Het was een koel en nat voorjaar, dat van 1641, en de zomer was droog, ook al was de echte zomerwarmte ver te zoeken[ix]. Op 20 juli stond er een sterke zuidwestenwind. Op de hoek van de Molenstraat en de Hoogstraat, waar nu in 2011 de Vishandel Struik haar onderkomen heeft, stond anno 1641 de “Swarte Leeuw”. Naast de Swarte Leeuw hadden de visser Cornelis Corneliszn. Oude Heer en zijn tweede vrouw Oeijken Claasdr. vier huizen naast elkaar gehad, inclusief de daar tussendoor lopende Gruttebrijsteeg. Ze waren recent overleden en het huis waarin ze zelf gewoond hadden, stond nog leeg. Achter het huis stond een schuur en deze raakte in brand. Met man en macht werd geprobeerd het vuur te blussen en de schuur neer te halen, maar het vuur sloeg, door de sterke wind, over naar het achterhuis van Adriaen Jansz Cloots. Al snel bleek er geen houden aan. Als een razende roeland trok het vuur een vurig lint door het dorp, alles verwoestend wat het op zijn weg tegenkwam. In een klein uurtje tijd waren 64 van de ca. 120 woningen en evenveel achterhuizen en schuren in Werkendam verwoest, de bewoners ontredderd en zonder huis, huisraad en persoonlijke bezittingen achterlatend. In De Werken vielen ook nog eens 18 huizen ten prooi aan de vlammenzee. Het moet wel een heel triest gezicht geweest zijn. De kerk en de pastorie waren gespaard gebleven en werden gebruikt als eerste onderdak voor alle getroffenen en de droevige restanten van hun huisraad. Op de zondag kon er dan ook geen dienst gehouden worden in de kerk, te meer omdat overal nog rokend en smeulend hout, turf, hooi en riet lag en men zich bezig moest houden met nablussen. De kerk nam al snel het collecteren van gelden op zich voor de herbouw van het armenhuis en de school en op 25 juli besloot de kerkeraad de hulp in te roepen van omliggende steden Dordrecht, Rotterdam, Gorinchem em Schoonhoven. Op 26 en 27 juli gingen de predikant Schevenhuisen en de ouderling Bastiaen Stoffels naar Dordrecht en op 1 augustus konden ze een bijdrage van fl. 1.000,00 in ontvangst te nemen. Besloten werd dat hiervan fl. 500,00 gebruikt zou worden voor de herbouw van de school en het resterende deel voor het armenhuis en als onderstand voor een aantal armen zou worden aangewend. Al op 25 augustus was het bestek voor het armenhuis klaar, dat zou worden opgebouwd op de fundamenten van het afgebrande huis. Crijn Wouters vroeg fl. 75,00 voor het timmerwerk en Jan Peterszn van Waalwijk nam het metselwerk aan voor fl. 110,00. Begin september kon de dominee ook nog fl. 500,00 gaan halen in Rotterdam, die volgens het besluit van de kerkenraad op 20 oktober werden gebruikt voor de herbouw van de school[x]. Nergens is uit op te maken hoe het de gewone bevolking verging na deze ramp. Maar aanwijzingen laten zich misschien afleiden uit andere bronnen. Normaliter werden in de kerk van Werkendam gemiddeld 3 tot 4 kinderen in de maand gedoopt. Ca. 40 weken na 20 juli is het ongewoon stil met dopen. Op 18 april (39 weken na dato) werd Dirck Cornelisse Febris gedoopt, op 18 mei, 43 weken na de brand werd Hendrick Ariense Braspenningh ten doop gehouden en na 45 weken Thomas Willemse Quantis. Daarna neemt het aantal dopen weer zijn normale loop. Werden er in 1640 nog vier huizen verkocht, van 1641 t/m 1644 verwisselde geen enkel huis van eigenaar. Daarentegen werden in 1642 en 1643 10 lege erven verkocht . Op 3 september 1645 brak opnieuw een brand uit, maar nu in de Calesstraat (tegenwoordig de Keizerstraat). Ondanks dat men met de leren emmers een poging ondernam de brand te blussen, kon men niet voorkomen dat er vijf huizen afbrandden. Het zou nog tot 1723 duren voor er een echte brandspuit in het dorp kwam.

‘s- Heerendijk, ’s-Gravendijk, Straat?

De naam ’s-Heerendijk was heel toepasselijk. Ten eerste woonde de Heer van Werkendam daar natuurlijk aan, in die mooie burcht, maar ook de naam ’s-Gravendijk komt veelvuldig in officiële papieren voor. Ook heel verklaarbaar omdat de ringdijk rond de Groote Waard, waar de Hoogstraat deel van uitmaakte, aangelegd was en onderhouden werd door de Graaf van Holland. Voor de meeste Werkendammers waarschijnlijk veel te deftig en omdat er lange tijd maar één straat was, voldeed de naam “Straat” ook en was al een begrip tegen de tijd dat er andere straten in het dorp ontstonden. Pas in 1818 wordt voor het eerst in een transportakte de naam Hoogstraat gebruikt. Het zou nog tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog duren voordat de Gemeente de straatnamen officieel zou vaststellen en er vaste huisnummers kwamen.

***

Dit is het eerste deel van een artikel, geschreven door Valentine Wikaart-Derkzen in het boek Effe naor straot. Het boek is nog steeds te koop! U vindt daarin het volledige artikel.

[i] Henderikx, pag 79
[ii] Korteweg, rechtsbronnen van Altena
[iii] GAD archief No I inv no 4 fol. 15R
[iv] www.dhendrikson.nl
[v] Valentine Wikaart e.a.;Nyet dan water ende Wolcken, 2009
[vi] Op 27 juni 1604 vertrekt capitein Caspar Boom met 75 manschappen vanuit Werkendam naar Voorne. Hij moet Werkendam goed beschermd achter laten onder toezicht van een officier en 50 manschappen. De bevolking van Werkendam bedroeg rond die tijd ca. 400 personen. (resoluties van de Staten van Holland)
[vii] Resoluties van de Staten van Holland
[viii]Idem
[ix] J. Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, Franeker, 2000
[x]  SALHA, archief 0345 inv.nr. 113

Reacties

Reacties

2 reacties

  • mariska zegt:

    voor en in de oorlog was er een ander huisnummering op de hoogstraat dan dat we nu kennen. zo was ons huis voor en in de oorlog nummer 38 en pas na de oorlog 18

    • Dag Mariska,

      Vaste huisadressen zijn, in Werkendam, pas na de WO II ingevoerd. Daarvoor was, sinds het invoeren van de bevolkingsregisters, ieder huis in Werkendam doorlopend genummerd. Men begon bij de kerk met nr. 1 en ging eerste langs de zuidzijde van de Hoogstraat richting Plein. Omdat er in een periode van 10 jaar nogal eens een huis wegviel of bij kwam werden de huizen iedere 10 jaar opnieuw genummerd. Niet zo handig want als je bijvoorbeeld naar de transportakten van huizen gaat kijken uit de zeventiende of achttiende eeuw staat er geen adres van het huis in maar bv de zinsnede “een huis gequoteerd nr. 517″ en ga dan maar eens tellen. Gelukkig hebben we sinds 1832 kadasternummers die het zoeken voor ons wat vergemakkelijken.

Laat een reactie achter

De FruithalDe Waal BVAKROKieboom WerkendamSlagerij v/d HeuvelCornet GroepRCDEurosaladClean BVTechmationHB AutotechniekPartyService v/d HeuvelAltena MediaVerisolHoogendoorn