Tien griffels op een rij – over Werkendamse monumenten

De Historische Vereniging Werkendam en de Werken ca. heeft inmiddels haar eigen geschiedenis.  Uiteraard nog een zeer bescheiden geschiedenis, nog niet waard een voetnoot te zijn in de Werkendamse geschiedenis boeken. Maar ooit…

Een onderdeel van de eigen geschiedenis van de Historische Vereniging is de jaarlijkse uitreiking van de ‘Tien met een Griffel’. Op de laatste jaarvergadering  werd de tiende en tevens laatste ‘Tien met een griffel’ uitgereikt. Reden om eens terug te blikken op al die panden die deze prijs ooit ten deel viel. Ieder jaar verdwijnen er helaas nog historische panden in de gemeente. Dit betekent een verarming van de leefomgeving, omdat de historische kwaliteit van de leefomgeving in de loop der eeuwen is gevormd en daarmee drager van onze identiteit is geworden. Het is daarom  natuurlijk prachtig om te constateren dat veel huiseigenaren zelf de historische waarde van hun pand  inzien. Dat ze gewoon aan de slag gaan om alles in oude glorie te herstellen. Al eerder constateerde de Historische Vereniging dat je er ‘met alleen gemeentelijk monumentenbeleid niet bent, maar dat er vanuit de inwoners besef en wilskracht moet zijn’.  En zo houden al die panden tezamen de geschiedenis van Werkendam levend.

De allereerste ‘Tien met een griffel’ wordt uitgereikt op de jaarvergadering van de Historische Vereniging Werkendam en De Werken ca. op 28 maart 1995. In de notulen van de bestuursvergadering van de vereniging op 5 september 1994 wordt naar aanleiding van een eerste gemeentelijke Monumenten-inventarisatie met medewerking van de Historische Vereniging gesproken over het in leven roepen van een prijs. ‘Omdat de gemeente geen gronden heeft, de sloop van historische panden omwillen van deze historie op te houden, dient het publiek voor het behoud ervan warm te worden gehouden. Om dit te supporten zal het uitstekend opgeknapt pand van Visser in een open brief worden geroemd. Ook overwegen een publieksprijs in te stellen’ In de notulen van de bestuursvergadering van 3 oktober 1994 wordt opnieuw melding gemaakt van het voornemen om de publieksprijs ‘Tien met een griffel’ uit te reiken. Bestuurslid Johan Visser neemt het op zich om na te gaan wat een zilveren tientje met daarop een zilveren griffel kost. ‘Dit is bedoeld als aanmoediging van monumentenbeleid (bijv. pand Visser/Plein).

PLEIN 9, WERKENDAM

In het verslag van de jaarvergadering lezen we het volgende:

‘Een nieuw element is het aanwijzen van een speciaal monumentaal initiatief op kleine schaal in onze gemeente. Het bestuur heeft vastgesteld, dat ook zonder officieel monumentenbeleid sommige Werkendammers er een goed oog voor hebben, een pand in haar waarde te laten of zelfs te verbeteren. Zo’n voorbeeld wordt beloond met een ‘Tien met een griffel’. De symboliek spreekt voor zich. Dit jaar, de eerste keer, is het oog gevallen op een mooi  maar niet tè opvallend pand op een zeer prominente lokatie: het pand Plein 9 van de familie Visser. De bijbehorende prijs wordt overhandigd door de voorzitter’. Tot zover de notulen.

In het MIP (Monumenten inventarisatie project van april 1990 van de provincie  Noord-Brabant) wordt het pand uit ca. 1925 als volgt omschreven:

Baksteen. Sierankers in voorgevel. Bovenlichten met kleine roedenindeling. Zadeldak, tuile du Nord. Gestoken gootklossen. Houten aanbouw. Gemetselde schuur. Tuin met grint. Documentaire waarde. Souterrain.

Het pand Plein 9 wordt gebouwd door de vader van Aaltje Duizer.  Toen deze kwam te overlijden, begon de moeder van Aaltje Duizer er een kruidenierswinkeltje in het voorhuis, later voortgezet door Aaltje Duizer zelf. Het winkeltje was ca. 4 bij 4 meter, daar achter een alkoof met twee bedsteden.  Aaltje runde in die tijd niet alleen het winkeltje maar verzorgde ook haar moeder en een tante tot hun dood. Bij de verbouwing van het pand werd boven een schoorsteentje met aanrecht en bedstee aangetroffen, kennelijk woonde daar de tante deels zelfstandig. Het kruidenierswinkeltje werd rond 1985 opgedoekt. Daarna verkocht Adullam er textiel totdat het in 1991 werd verkocht aan de familie Visser.  Binnen een dag was de verkoop beklonken. Hoewel Visser toestemming had om het huis te slopen en nieuw te bouwen, besloot het echtpaar toch tot renovatie van het pand, dat sterk verwaarloosd was. Zeker binnen waren veel goedkope materialen verwerkt zoals oud hout en een plafond van karton. Ook de vloer moest vernieuwd worden. Wel bleek het huis zelf door ‘een goede metselaar gebouwd’, zo vertelde Visser.  De aanbouw, de plee en het schuurtje worden gesloopt voor een nieuwe aanbouw. Tevens wordt het deel tussen het naastliggende huis in stijl volgebouwd. Ook het raampje naast de winkeldeur verdwijnt om plaats te maken voor de meterkast. Van de binnendeuren kon er slechts een gered worden, de rest was te zeer versleten. Pasen 1995 trekt het echtpaar in het huis, later wordt de tuin aangelegd. Door de aankoop van de naastgelegen kerk, kon het fietsenhok gesloopt worden. Daar is nu een schuur met carport gebouwd. Nog altijd woont het echtpaar met heel veel plezier in het huis. “Het is een heerlijk huis met een prachtige lichtinval door de ramen rondom. We hopen hier oud te worden”, zo vertelt het echtpaar Visser dat al heel wat rondgezworven heeft door Werkendam, op zoek naar hun ideale huis.  Gastvrij wordt het huis getoond, met nostalgische stalraampjes beneden, een oude bedstee uit hun vorige huis Sasdijk 9 en nog veel meer historische details.

KERKEINDE, SLEEUWIJK

De toekenning van de Tien met een Griffel in 1996 is eveneens zeer summier blijkens het verslag van de jaarvergadering.  ‘Aan het Kerkeinde 50 is een pand in alle stilte, maar bijzonder nauwgezet in oude glorie hersteld door de fysiotherapeut Rob Claassen en zijn vrouw Margot. Hen werd door de voorzitter deze prijs overhandigd. Een album met foto’s van het pand gedurende en na de werkzaamheden lag ter inzage’.

Het pand Kerkeinde 50 is gebouwd in 1907, zoals te zien is op de gevelsteen.  Op diezelfde lokatie werd echter ook reeds in 1903 een nieuw huis gebouwd door Pieter Ippel Czn. Het huis is echter niet onder een gelukkig gesternte gebouwd, op 17 augustus 1907 valt het samen met het huis van zijn buurman Gerrit van Vugt ten prooi aan de vlammen. In september 1907 verleent de gemeente De Werken c.a. vergunning tot herbouw van de woningen die al in november 1907 worden opgeleverd. De familie Claassen is in bezit van de originele blauwdruk tekening van het pand uit 1907. Pieter Ippel woont tot op hoge leeftijd in de woning en laat het na aan zijn kinderen Hendrik en Maaike. De laatste telg van het geslacht Van Vugt-Ippel laat het huis in zwaar verwaarloosde toestand achter en voorjaar 1994 wordt het te koop aangeboden. Het echtpaar Rob en Margot Claassen zien wel wat in het verwaarloosde huis en brengen het zoveel mogelijk terug in de oorspronkelijke staat door hergebruik van oude materialen of goedgekozen nieuw materiaal. De verbouwing nam meer dan een jaar in beslag, ook vanwege de zorgvuldige keuze van materialen en de aandacht voor details. Ze wonen er nog altijd met heel veel plezier. “We hebben nooit geen spijt gehad van de aankoop, ondanks het vele werk van de renovatie”.

LANGESTEEG 4, WERKENDAM

In 1997 werd de jaarvergadering gehouden op 19 maart.  De Tien met een griffel werd toegekend aan het pand Langesteeg 4, gebouwd rond 1890.  In het MIP de volgende omschrijving: Baksteen, gepleisterde plint. Vlechtingen. Luiken. Zadeldak, verbeterde Hollandse pannen. Straatbeeldtyperend.

De renovatie van dit pandje is eigenlijk een prachtig voorbeeld van het behoud van het wijkje Zevenhuizen. Buurvrouw Grietje Post weet te vertellen dat het pand al in de oorlog wordt bewoond door de visser Kees Baggerman die gehuwd is met Cornelia van den Heuvel, in de volksmond Kee genoemd.  Zijn neef Dolf Baggerman, ook een visser woonde in een pandje erachter, dat later wel gesloopt is. Grietje weet zich ook hem nog goed te herinneren. “Hij zat altijd aal schoon te maken, als kind vonden we dat bijzonder natuurlijk”.  Het echtpaar Baggerman-van den Heuvel had twee dochters die later naar Den Haag en Arnhem verhuisden.  Baggerman overlijdt in 1969 op 94 jarige leeftijd. Rond 1950 trekt het echtpaar Verbruggen-Potters in het pandje en blijft er wonen tot ca. 1970. Het pand wordt dan eigendom van de gemeente Werkendam die met het oog op sloop van de hele wijk, diverse pandjes opkoopt. Er wonen nog enkele gezinnen in; later wordt het door C. Vroegh gebruikt als schuur voor houtopslag en onbewoonbaar verklaard. Begin jaren negentig wordt het opgekocht door  P. Harteveld, samen met de pandjes van Adriaan de kapper en het winkeltje van vrouw De Heer in de Langesteeg. Harteveld neemt de renovatie van de panden ter hand met als beloning de Tien met een griffel in 1997.  Het pandje is nog altijd eigendom van P. Harteveld, maar Lia Hakkebrak woont er al jaren met plezier.

Tijdens diezelfde jaarvergadering werd overigens ook een foto van het ‘kwinten’ geschonken aan de Kwinter. Kwinten  is het bijeen verzamelen van afgedreven riet na een storm; de Kwinter dankt er haar naam aan.

HOEKEINDE 22, SLEEUWIJK

In 1998 valt het pand Hoekeinde 22 van de familie Rietveld in de prijzen. Het gerenoveerde pand heeft zijn behoud te danken aan de aanleg van de fietsdijk. Het pand werd gebouwd in 1851 door Johannes van ’t Sant, logementhouder en koopman te Sleeuwijk als stenen stalling.  Aan de ronde bogen in de voor- en achtergevel is dit nog te herkennen, hier hingen in het verleden de staldeuren. De gekozen lokatie aan het Hoekeinde was zeer strategisch gezien het nabij gelegen veer naar Gorinchem; een route die eeuwenlang de doorgaande route van Parijs naar Amsterdam vormde. In 1891 wordt het pand verkocht aan timmerman Gerrit van Wijk, die het voorste gedeelte van de schuur verbouwt tot woning. In het achterste gedeelte heeft Van Wijk zijn timmermanswerkplaats. Later wordt in een gedeelte van het voorhuis een manufacturenwinkeltje gevestigd; tijdens de laatste renovatie werden daar nog spulletjes van teruggevonden. In 1991 werd het pand door het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch aangekocht om te slopen. Door de dijkverzwaring zou geen plaats meer zijn voor het pand.  Na het besluit tot aanleg van de fietsdijk wordt het pand in 1996 bij opbod verkocht aan de familie Rietveld. Zij hebben bij de renovatie getracht zoveel mogelijk historische details te behouden, zoals bijvoorbeeld de originele waterput in de huidige woonkamer. De prijs werd uitgereikt tijdens de jaarvergadering op 31 maart door toenmalig wethouder J. van Belzen.

VERVOORNESTRAAT 2A TE WERKENDAM

In 1999 wordt het pand Vervoornestraat 2a van de familie Damen bekroond met de Tien met een griffel. In het MIP wordt het pand uit 1870 als volgt omschreven:

Baksteen. Schuiframen, kleine roedenverdeling. Luiken op kopgevel. Zadeldak, Hollandse pan.,. Windveer, makelaar. Sterk gewijzigd interieur. Documentair belang.

Momenteel doet het pand Vervoornestraat 2a dienst als woonhuis voor de familie Damen, maar in het verleden waren het drie arbeiderswoninkjes die aan het Bruigomspad stonden, nog later aan de Bruigomsstraat. Het waren tevens huisjes die toendertijd het verst vanaf het dorp in de polder lagen. De laatste bewoners in de drie huisjes zijn weduwe de Haan (vertrokken begin 1957), weduwe H. Groeneveld (vertrokken Kerst 1956) en familie J. Visser.  Het pand is dan eigendom van G.G. Versendaal, onderwijzer op de Rehobothschool van 10-6-1911 tot 26-11-1954. Hij woont aan de Nieuweweg 13 en is tevens secretaris/penningsmeester van het waterschapje de Werkschense polder. Het echtpaar J. Visser en D. van Pelt woont in het middelste en kleinste huisje van mei 1953 tot 26 mei 1957. Als ze erin trekken is het pand eigendom van Versendaal, maar de laatste twee jaar van de gemeente Werkendam. De huur van f 1,90 per week wordt opgehaald door de gemeentebode J. Roza. De huisjes zijn echter erg nat, tijdens de Watersnoodramp van 1953 hebben ze nog in het water gestaan. De familie Visser deelt de w.c.  buiten samen met de familie Groeneveld.  Nadat de bewoners zijn vertrokken, worden de huisjes gebruikt voor opslag van materialen van de gemeente Werkendam. Ook gemeenteopzichter en brandweercommandant A.A. Schermers stalt er zijn caravan, hij woont in het naastgelegen pand Vervoornestraat 2.  Delen van het pand worden ook nog voor andere doeleinden gebruikt. D.A. de Keizer begint er in 1958 een bedrijfje in bestrijdingsmiddelen, zij het voor slechts een half jaar. Het voorste woonhuis is van 1958 tot 1963 in gebruik bij de afdeling Werkendam van het Nederlandse padvindstersgilde. Mevrouw A. Donkelaar, onder toenmalige Werkendamse meisjes misschien nog bekend als Tako, neemt het initiatief tot de padvinderij. N. van Driel-Paans is een van haar hulpjes in die tijd. In 1963 krijgt de padvinderij een eigen onderkomen in de Burchtstraat omdat het pandje aan de Vervoornestraat toch te klein is en moeilijk warm te stoken. In 1968 krijgt gemeentewerken een onderkomen aan de Lijnbaan. Waarschijnlijk heeft A.A. Schermers (toen inmiddels directeur gemeentewerken)  het pandje toen zelf gekocht om te gebruiken als schuur/stalling. De familie Damen koopt het pand van Schermers in 1995 en renoveert het tot een aantrekkelijk woonhuis.

HOOGSTRAAT 24A, WERKENDAM

In 2000 besloot het bestuur om meerdere panden te nomineren. Voorheen selecteerde het bestuur enkele panden, bezocht deze en velde vervolgens een oordeel.  Deze keer worden drie panden genomineerd. Het gaat om de panden Hoogstraat 24a, Hoogstraat 39 op hoek Vissersdijk (ook dit pand uit ca. 1860 staat in het MIP) en Hoogstraat 86. Deze panden op de Hoogstraat werden allen opgeknapt met geld van de gemeente Werkendam. Ondernemersvereniging DES had onderzoek laten doen naar het winkelcentrum en er werd geconstateerd dat verpaupering dreigde. Reden om met het gevelplan de Werkendamse winkelstraat nieuw leven in te blazen. Het pand dat uiteindelijk bekroond werd met de Tien met een griffel was Hoogstraat 24a. Het behoud van dit pand had aan een zijden draadje gehangen en vormde binnen Werkendam toch wel een keerpunt in  het belang dat werd gehecht aan Monumentenbehoud. Voor- en tegenstanders kruisten de degens via de media.

In het MIP de volgende omschrijving van het pand uit ca. 1890: Baksteen, hardstenen plint. Geprofileerd cordon. Schuiframen, indeling vernieuwd. Geprofileerde omlijsting met kuiven (met ananasmotief). Deur vernieuwd. Schilddak, rode verbeterde Hollandse pannen, Dakkapel. Twee huizen aangebouwd. Hof. Bouwhistorische waarde. Relatie met stedebouwkundig patroon.

Op de lokatie van Hoogstraat 24a stond overigens al sinds 1623 een woning, die eigendom was van Corstiaen Bastiaensz. en na zijn overlijden van zijn weduwe Anneke Damen. Diverse malen wisselt het van eigenaar, zo werd in 1728 de chirurgijna Johannis van Lange eigenaar van het pand.  In 1807 komt het in handen van de gegoede Werkendamse familie Johannes van den Boogaard. Via vererving komt het in eigendom van Johannes J. van Tienhoven van den Boogaard, o.a. burgemeester van Werkendam. Vermoedelijk is het pand rond 1880-1890 grondig verbouwd en zijn delen ervan ouder.  In 1910 wordt her verkocht aan Jan de Klerk die het weer van de hand doet aan Arie Frans van de Steenhoven. Deze begint er een bakkerij. Later is het pand eigendom van de Christelijk Gereformeerde kerk, die het wil laten slopen om plaats te maken voor nieuwbouw. Uiteindelijk werd het pand toch gered en verkocht. Thans biedt het onderdak aan Hofstede Makelaardij, die het pand liet renoveren en een deel van de achter aangebouwde woningen sloopte.

HOOGSTRAAT 53, WERKENDAM

In 2001 worden er opnieuw drie MIP panden genomineerd; Lantaarnstraat 3 van de familie van der Pol, Hoogstraat 53 van de familie Roubos en de bollenschuur van de familie Schrama op ’t Zand 25. Dit laatste pand in Sleeuwijk is nu overigens Rijksmonument.  De keuze van de Commissie Historische panden viel echter op Hoogstraat 53, de laatste burgemeesterswoning in het dorp Werkendam.

In het MIP is het pand als volgt omschreven:

Baksteen. Ingangspartij met balkon. Gewelfde hardstenen ondersteuning. Decorniten met blauw en geel strengperssteen. Hardstenen speklagen. Vierdelige schuiframen. Bovenlichten glas-in-lood. Gietijzer deurlicht. Geprofileerde houten daklijst met gestoken klossen. Schilddak, geglazuurde kruispannen, dakpirons. Bouwhistorische waarde, relatie met stedebouwkundig patroon.

Dit pand werd gebouwd in 1912/ 1913 in opdracht van de latere burgemeester Arie Sigmond (geboren op 8 augustus 1877 te De Werken en overleden op  3 mei 1923 te Utrecht).  Op deze lokatie aan de Hoogstraat stond voorheen het herenhuis van de erven van de weduwe De Klerk-Sigmond.  In een handgeschreven brief, daterend van 13 juni 1912 werd de vergunning tot bouw van het pand aan steenfabrikant Sigmond verleend. Na voltooiing van het pand vestigde hij er zich samen met zijn echtgenote Hermine Maria Elisabeth van Rossum met wie hij op 22 mei 1913 huwde in Princehage. Sinds 1913 was Sigmond burgemeester van de gemeente De Werken en Sleeuwijk c.a. In 1915 werd hij tevens benoemd tot burgemeester van Werkendam, hij was daarmee de eerste burgemeester van wat toen nog twee gemeentes waren. Op 21 maart 1923 kreeg hij toestemming tot het aanbouwen van een woonkamer aan de bestaande woning. De tekening van deze uitbreiding werd gemaakt door architecten A.J. en N. Baanders uit Amsterdam. Daarna zijn er geen uiterlijke veranderingen meer aangebracht. Of Sigmond de voltooiing van de uitbreiding nog zelf in ogenschouw heeft mogen nemen is maar de vraag, gezien zijn vroege overlijden. De aanbouw uit 1923 vertoonde in 1995 verzakkingsverschijnselen, of deze verholpen zijn met de algehele restauratie is ons niet bekend.  Na het overlijden van Sigmond in 1923 verkocht de weduwe het herenhuis en vertrok naar elders. Vervolgens werd het gedeeltelijk kantoor van notaris Paap en gedeeltelijk woonhuis van de heer W.G. de Waard. Deze laatste bleef eigenaar van het pand tot 18-9-1958. Toen werd het pand eigendom van dr. A. de Bruijn.  Het pand deed vervolgens ruim veertig jaar dienst als dokterswoning. Dr. A. de Bruijn bleef eigenaar tot 8-8-1988, tevens de periode dat hij afscheid nam als huisarts. Dr. P. de Vries nam zijn praktijk over en bleef er wonen tot zijn afscheid 4 september 1999. Vervolgens werd het verkocht aan de familie Roubos die het geheel in haar originele staat herstelde. Het staat overigens al weer enige tijd te koop.

In 2001 werd door de commissie Historische panden ook het initiatief genomen om een schildje te laten ontwerpen dat aan alle eigenaren van panden die bekroond werden met een Tien met een Griffel moet worden uitgereikt.

HOOGSTRAAT 35, WERKENDAM

In 2002 is er ondanks herhaalde oproepen in de diverse media maar een pand genomineerd voor de Tien met een Griffel. Het gaat om het pand Hoogstraat 35 van de familie Voor den Dag uit 1849.

In het MIP wordt het pand als volgt beschreven:

Neo-classistisch; baksteen. Middenrisaliet met fronton, Griekse daklijst (hout). Benedenverdieping vernieuwd. Schuiframen, onderlicht zesdelige strekken. Afgeplat schilddak, Dakruiter met zuilengroepen van drie toscaanse zuilen. Gietijzeren hek. Historisch belang voor gemeente (ondanks verbouwing).

De geschiedenis van dit pand is uitgebreid beschreven in het artikel ‘Voormalige Werkendamse gemeentehuizen deel 1’ dat werd gepubliceerd in Effe Lustere van april 2002. Daarom slechts een korte beschrijving van het pand.

Het pand Hoogstraat 35 werd gebouwd in 1844/1845 als gemeentehuis.  Op die locatie moet ook voor 1844 al een gemeentehuis hebben gestaan dat toen nog ‘regthuijs’ werd genoemd In de raadsvergadering van 30 april 1842 lezen we over het plan om een nieuw raadhuis te bouwen. Voornaamste reden voor de bouw was plaatsgebrek. Op 15 februari 1843 was de raad opnieuw bijeen om het in opdracht van de raad gemaakte plan voor nieuwbouw te bespreken.  Het aan te kopen huisje van burgemeester Bastiaan Verheij van den Boogaard had een afmeting van 1 roede en 32 ellen en kostte f 390, -. De begroting voor de nieuwbouw bedroeg f 5768,29. Tezamen met het huisje een bedrag van f 6.158,29. Bij de publieke aanbesteding op 2 mei 1845 kwam er een bedrag van f 5497, – uit de bus. De uiteindelijke kosten tezamen met de f 390, – voor de aankoop van het huisje kwamen uit op f 6228,02.

Het verdwenen bordes met de twee trappen gaf het pand een zeker cachet. Het eerste deel van de trap verdween in 1930;  vanwege het toegenomen verkeer werd het gehele bordes en de andere stenen trap in 1957 verwijdert. In het bestek werd geen melding gemaakt van de muurschildering van vrouwe Justitia die nog altijd te zien is in de linker bovenkamer. Die schildering zou herinneren aan de tijd dat er in het vorige raadhuis nog recht werd gesproken. Vanaf 1845 werd het raadhuis in gebruik genomen.  Pas 80 jaar later op 28 april 1925 werd in de raad besloten het pand Hoogstraat 38 aan de overkant aan te kopen om in gebruik te nemen als raadhuis. Het pand Hoogstraat 35 werd publiekelijk verkocht aan de heer Ridderhof die in het naastgelegen  pand een juwelierszaak had. Hem werd op 15 juli 1926 vergunning verleend door de gemeente voor ‘het gewezen gemeentehuis in te richten tot woning’. Tussen 1938 en 1955 huurde de familie Seton het woongedeelte en had in het onderhuis een loodgietersbedrijf. Nadien waren er in het onderhuis diverse winkels gevestigd zoals Boetiek-Inn en een bloemenzaak. Nu zetelt er een praktijk van fysiotherapie in. De familie Voor den Dag is overigens al langer eigenaar van het pand en herstelde het vrijwel geheel in oude luister. Met uitzondering van de trappen en het klokkentorentje dat bij het vernieuwen van het dak verdween. Het bestek voor de bouw van het raadhuis op Hoogstraat 35 is overigens bewaard gebleven.

RIJKSSTRAATWEG 44/46, SLEEUWIJK

Na drie jaar achtereen aan eigenaren van een pand op de Hoogstraat de Tien met een Griffel uit te reiken, wordt in 2003 gekozen voor een pand in Sleeuwijk op Rijksstraatweg 44/46. Ook dit pand is vermeld in het MIP:

Elementen van Chalet stijl. Baksten. Segmentbogen met boogvulling. Schuiframen met kleine roedenindeling in bovenlicht en onderkant luifels. Samengesteld deels plat dak. Makelaars. Architectuurhistorische belang.

Het pand werd rond 1920 gebouwd door timmerman Levinus Adriaensz. Pellekaan (Fien). Het kadastraal nummer werd alleen gewijzigd door verandering in grondoppervlak en tot tweemaal toe samenvoegen en weer splitsen van de woningen. Tot twee jaar geleden bleef het pand in handen van de familie Pellekaan; daarna werd het verkocht aan de huidige eigenaar A.J. van Kranenburg die het pand zoveel mogelijk in de oorspronkelijke stijl terugbracht.  Bij de uitreiking van de Tien met een Griffel ontving Kranenburg ook het eerste loden schildje. Het werd speciaal ontworpen voor de Historische Vereniging met daarop een afbeelding van de Burcht van Werkendam. Overigens zullen de eerder onderscheiden panden een dergelijk schildje nog ontvangen.

SLIKSTRAAT 9, WERKENDAM

In 2004 werd de Tien met een Griffel uitgereikt aan de familie Bloemert voor het pand Slikstraat 9.  Deze keer geen MIP pand.  Het bekroonde pand vormt onderdeel van een ‘tweelinghuis’ dat werd gebouwd in  1900 door de broers Johannes en Arie Versluis. Rond 2000 kwam het in bezit van de familie Bloemert die het zwaar verwaarloosde pand van Sijt van der Steenhoven in zijn geheel opknapte. Het pand heeft altijd op erfpachtgrond gestaan waarvan de laatste 100 jaar de erfpachthouder de gemeente Werkendam was. Het pand werd voorgedragen door twee omwonenden, die zeer te spreken waren over de verfraaiing van het pand dat zo ook bijdraagt aan het historische karakter van de Slikstraat. Tijdens de verbouwing werden zoveel mogelijk details uit het verleden behouden, zoals de bedstee, de schoorsteen en de oude voordeur. Komend voorjaar wordt de buitenkant van het pand aangepakt; de luiken worden teruggeplaatst en ook de stoep met de oude plavuizen  wordt opgehoogd. Naast de uitreiking van de Tien met een Griffel ontving de familie Bloemert een schildje om op het pand te bevestigen en een jaar gratis lidmaatschap van de vereniging.

Met de uitreiking van deze tiende Tien met een griffel komt een einde aan de uitreiking van deze prijs. Uiteindelijk blijkt dat slechts drie genomineerde panden niet het Monumenten InventarisatieProject van de Provincie Noord-Brabant zijn opgenomen, namelijk Kerkeinde 50, Slikstraat 9  en Hoekeinde 22. Het enige pand dat in de afgelopen jaren de status van Rijksmonument kreeg; de bollenschuur aan ’t Zand te Sleeuwijk, viel echter niet in de prijzen in 2001. Een misser van de vereniging die het pand onvoldoende op haar waarde wist te schatten, zo zou je je kunnen afvragen.

Met de komst van gemeentelijke Monumentenbeleid zal in de toekomst aandacht voor historische panden ook vanuit de lokale overheid plaatsvinden.  Burgemeester H. Hellegers, die de prijs de laatste jaren uitreikte,  betreurde het stoppen met de uitreiking van de prijs tijdens de laatste jaarvergadering. De Tien met een griffel zal dan wel niet meer uitgereikt worden, wel worden de komende jaren de schildjes gebruikt om panden die terug gebracht zijn in  originele staat op enigerlei wijze te belonen.  Daarnaast was er ook een hele praktische reden om te stoppen met de uitreiking. De Tien met een griffels waren op! De prijs werd gevormd door een zilveren tientje (guldens en geen euro’s!) met een zilveren griffel op een houten standaard.

Reacties

Reacties

Laat een reactie achter

De FruithalDe Waal BVAKROKieboom WerkendamSlagerij v/d HeuvelCornet GroepRCDEurosaladClean BVTechmationHB AutotechniekPartyService v/d HeuvelAltena MediaVerisolHoogendoorn